Pesten op school

 

februari 2015

 

Beste oudervereniging,
Beste directeur,

 

Een kwart van de schoolgaande jeugd krijgt te maken met pestproblemen. Eén op twintig onder hen wordt op zijn minst één keer per week gepest. Praten over pesten is belangrijk. Maar, om pesten echt te stoppen, moeten we er samen iets aan doen. Met de campagne ‘HOREN, ZIEN EN …. DOEN!’ van de 10de Vlaamse Week tegen Pesten (6/2-13/2) nodigen de 3 ouderkoepels alle ouderverenigingen uit om constructief aan de slag te gaan met schoolteams. Het doel is het welbevinden van de kinderen op school te verbeteren en samen te werken aan de preventie en aanpak van pestgedrag.

De VCOV en de andere ouderkoepels sloegen de handen in elkaar en organiseerden een bevraging over de ervaringen van ouders met pestgedrag op de school van hun kind. We peilden ook naar hun bedenkingen bij de aanpak ervan. 700 ouders vulden de bevraging in.

In deze nieuwsbrief lichten we enkele resultaten toe en geven we tips aan ouderverenigingen om pesten op school te (helpen) voorkomen en aan te pakken. Dit is meteen een warme oproep naar ouderverenigingen om onze ideeën aan te vullen. Veel leesplezier!   

Het VCOV-team

 

  • Enkele resultaten uit de ouderbevraging 'pesten op school'

  • Pesten ≠ plagen

  • "Toch mijn kind niet?" Als ouder pesten voorkomen en aanpakken

  • "Toch niet in onze school?" Als oudervereniging pesten voorkomen en aanpakken

  • Bronnen

 

 

1. Enkele resultaten uit de ouderbevraging 'pesten op school'

 

 Meer dan 8 op 10 ouders menen dat ze op school terecht kunnen als hun kind gepest wordt of anderen pest. Dat is goed, maar nog te weinig. Pestproblemen kunnen maar aangepakt worden als de school, ouders en leerlingen samen overleggen en afspraken maken.

6 op 10 ouders weten dat hun school een antipestbeleid voert. Helaas is slechts de helft van de ouders hier tevreden over. Niettemin stellen 9 op 10 ouders dat de school van hun kinderen werk maakt van een schoolomgeving waar kinderen zich goed voelen. Dit bevestigt dat scholen wel degelijk inspanningen doen om het welbevinden te verhogen. Alleen lijkt de communicatie hierover beter te kunnen.

Slechts 5 op 10 ouders weten immers dat hun school communiceert over het voorkomen en aanpakken van pesten. Minder dan de helft van deze ouders is tevreden over de communicatie. Zeker als het gaat over cyberpesten is er nog werk aan de winkel. 1 op 3 ouders vindt dat de school hier voldoende aandacht aan besteedt. Raakt de informatie niet bij de ouders of zijn scholen onvoldoende toegerust om cyberpesten aan te pakken? Feit is dat zeker bij cyberpesten op beide fronten gewerkt moet worden, thuis én op school. Het is immers een probleem dat zich voornamelijk na de schooluren – en buiten de schoolmuren – voordoet, maar niet los gezien kan worden van wat er op school gebeurt.

De ouderkoepels zouden geen ouderkoepels zijn moesten ze niet gepeild hebben naar de rol van de ouderwerking inzake pesten. 7 op 10 ouders vinden dat de ouderwerking een rol kan spelen bij het voorkomen en aanpakken van pesten op school. De ouderwerking kan een infoavond organiseren, signalen van andere ouders opvangen, pesten op de agenda zetten en de school concreet ondersteunen bij projecten. Waar wachten we nog op?

Het rapport met de resultaten van de bevraging vind je via deze link.


2. Pesten ≠ plagen

 

Plagen en pesten kunnen op elkaar lijken zodat ze soms verward worden met elkaar. Toch zijn de verschillen duidelijk. Ruzie maken is nog iets anders.

  • We spreken over pesten als één of meerdere kinderen een ander kind meer dan eens en gedurende een langere periode, geestelijk of lichamelijk geweld aandoet, met de bedoeling de andere te kwetsen. Bij pesten is er sprake van een machtsonevenwicht: de ene is altijd winnaar, de andere altijd verliezer.

  • Plagen is van korte duur. Het is onschuldig. Het gebeurt spontaan en is speels. Kinderen die elkaar plagen, doen dat vaak om de beurt. Nu eens plaagt de één, dan weer de andere. Als kinderen aangeven dat het niet meer leuk is, dan houdt het plagen op. Af en toe geplaagd worden, daar moet je kind best wel tegen kunnen. Bij plagen blijft je kind opgenomen in de groep.

  • Zowel volwassenen als kinderen maken wel eens ruzie. Ruziemaken hoort bij het samenleven. Als je ruzie maakt, zeg je soms dingen die niet zo bedoeld zijn en die harder aankomen dan verwacht. Als dit gebeurt, heb je altijd de kans om je te verontschuldigen. Na een ruzie is er steeds een mogelijkheid tot verzoening. Je kan je kind leren een ruzie goed op te lossen, bijv. met de 'ruziemeter' en 'sorrykaartjes' van Klasse.


3. "Toch mijn kind niet?" Als ouder pesten voorkomen en aanpakken

 

Geen enkele ouder wil dat zijn/haar kind gepest wordt of anderen pest. Gelukkig kan je als ouder pesten helpen voorkomen. Volgende tips helpen je op weg:    

  • Leer je kinderen opkomen voor zichzelf en voor anderen. Maak ze weerbaar!

  • Leer je kinderen (ook kleuters) om zelf hun grens aan te geven: “Stop, dit vind ik niet fijn”. Je kind maakt daarbij een ‘stopteken’ met de hand. Pas als de andere dan niet stopt, kan het kind dit melden aan de begeleider, leraar of ouder.

  • Toon interesse en geef je kind positieve aandacht: “Ik ben trots op je omdat je jouw zus helpt met haar huiswerk”. Vermijd enkel aandacht te geven wanneer het fout gaat.

  • Leer je kind positief omgaan met conflicten. Maak samen een ‘ruziestappenplan’ op.

  • Leer je kind positief omgaan met verschillen.

  • Stel duidelijke grenzen en motiveer waarom. Spreek 'huisregels' af, bijv. "pijn doen kan nooit", "wij liegen niet"...

  • Breng je kind sociale vaardigheden bij. 

  • Geef zelf het goede voorbeeld!

Wat als je kind op school gepest wordt of anderen pest?  
Kinderen durven meestal thuis niet zeggen dat ze worden gepest op school. Toch zenden ze signalen uit die ouders kunnen herkennen. Als een kind plots niet graag meer naar school gaat, niet meer uitgenodigd wordt op feestjes of om te gaan spelen, er ongelukkig uitziet... dan kan er iets aan de hand zijn. 

Praat met je kind. Luister eerst naar zijn/haar verhaal en probeer aan de hand van gerichte vragen een zicht te krijgen op de situatie, bijv. “Wat is er precies gebeurd? Hoe lang is dit al aan de gang? Hoe heb je gereageerd…”. Het is immers belangrijk om te weten in welke rol je kind zich bevindt (pester-gepeste-toeschouwer). Reageer rustig en gepast zonder het vertrouwen van je kind te schenden.

Leg je kind uit dat het best is de school te contacteren. Als ouder kan je een pestprobleem niet alleen oplossen. Ouders en school moeten samenwerken om de kinderen te steunen en het pesten te doen stoppen.

Wat doe je als je kind gepest wordt? Wat doe je als je kind anderen pest? Wat doe je als je kind betrokken is bij pesten als toeschouwer of meeloper? Een antwoord op deze vragen vind je op de website van Kies Kleur tegen Pesten en het departement onderwijs.
 

4. "Toch niet in onze school?" Als oudervereniging pesten voorkomen en aanpakken

 

Hoe kunnen ouderverenigingen en schoolteams samenwerken om pesten op school te voorkomen en aan te pakken?
 
4.1 Overleg in de schoolraad, bespreek met de ouderraad

 

Veiligheid, hygiëne en gezondheid van kinderen zijn drie thema’s (naast de schoolkosten) die ouders heel belangrijk vinden en waarover ze meer inspraak wensen (zie onderzoek van Jef Verhoeven over ouderparticipatie, 2003). Ouder- en schoolraden moeten dan ook veel belang hechten aan deze thema’s.

Het welzijns-, veiligheids- en gezondheidsbeleid op school is een overlegthema van de schoolraad. Concreet betekent dit dat ouders mee kunnen praten over het welzijns- en veiligheidsbeleid van de school via de oudervertegenwoordigers in de schoolraad. De standpunten van de ouders worden eerst voorbereid in de ouderraad.   

Enkele tips om het antipestbeleid van de school te bespreken in de ouderraad:

  • Vraag info over de manier waarop de school omgaat met pesten. Is dit opgetekend in een pestactieplan? Welke partners worden betrokken? Wie kunnen de ouders aanspreken bij problemen? Hoe werkt de school aan preventie en sociale vaardigheden? Maak vooraf je beweegredenen duidelijk zodat de school zich niet bedreigd voelt.  

  • Streef naar samenwerking met het schoolteam en bekijk hoe de oudervereniging het antipestbeleid kan versterken en ondersteunen. Een gedragen beleid heeft meer kans op slagen! Een voorbeeld van een gemende werkgroep vind je in de infotheek op onze website.

  • Wees alert voor signalen van leerlingen en ouders. De leden van de ouderraad worden soms aangesproken door ouders in verband met een pestprobleem. Ook al zijn de vergaderingen van de ouder- en schoolraad niet de plaatsen om individuele pestsituaties te bespreken, toch moet de ouderraad haar verantwoordelijkheid nemen en het probleem signaleren aan de school. Een ouderraad kan bijvoorbeeld bespreken hoe ze omgaat met meldingen en hoe ze hierover communiceert met de directie en/of de zorgleerkracht. 

 

4.2 Bevraag ouders

 

Het schoolteam kan (in samenwerking met de ouderraad) ouders bevragen, eventueel via een enquête of een praatcafé. Hoe voelt je kind zich op school? Komt hij/zij graag naar school? Waar is onze school sterk in? Waar kan de school extra op inzetten? Weet je bij wie je (als ouder) terecht kan met vragen over de begeleiding en zorg van je kind?

 

4.3 Informeer ouders

 

Een van de taken die de ouderraad kan opnemen is zorgen dat ouders voldoende informatie krijgen over het algemene schoolgebeuren. Zo kan de ouderraad bijv. alle ouders informeren door een bericht over pesten te plaatsen in de schoolkrant, op de schoolwebsite en/of sociale media… Kies Kleur tegen Pesten heeft elk jaar een affiche om uit te hangen! Op vele scholen wordt er een infoavond georganiseerd over pesten: er kan een spreker uitgenodigd worden en/of de school kan het antipestbeleid toelichten. 

 

4.4 Sensibiliseer

 

Breng vanuit de oudervereniging en de schoolraad ideeën aan en ondersteun acties rond welbevinden die op school  gerealiseerd worden. Bijv.

  • De ‘Move tegen pesten’: alle leerkrachten, kinderen en ouders dansen mee op de speelplaats! Overleg en werk samen met het schoolteam. Stimuleer de ouders om mee te doen en ook thuis met de kinderen de danspasjes in te oefenen.

  • Organiseer een complimentendag of een vriendenweek. Verkies samen met de leerlingenraad een ministerraad op school: de ministers van welzijn, geluk, gezondheid, spel, sport, milieu, SOS… en hun medewerkers helpen om het welbevinden van alle leerlingen op school te verhogen.

  • Stel het idee van een 'wasbeerbrievenbus'voor: een brievenbus waar de leerlingen hun kleine en grote zorgen in kwijt kunnen.

 

4.5 Ondersteun de school

 

Voor sommige leerlingen duren de middagpauzes vaak lang. Ze weten niet goed hoe ze deze vrije tijd moeten invullen en vervelen zich. Door te kiezen voor speelplaatsanimatie worden leerlingen uitgedaagd om creatief en zinvol hun speeltijd in te vullen. Het invoeren van speelplaatsanimatie op school vermindert probleemgedrag zoals spijbelen, pestgedrag, schooluitval…

Ouderverenigingen kunnen de school ondersteunen door bijv. spelkoffers aan te kopen, een leeshoek,  snoezel- en spelruimte in te richten, filmmiddag(en) en fietsherstelateliers te organiseren… Zoek het niet te ver: knikkers, elastieken, hoelahoeps, diabolo's...     

Heel wat ouderverenigingen helpen ‘klussen’ op school: ze verfraaien de speelplaats, schilderen de klaslokalen, geven de schooltoiletten een opknapbeurt, leggen een moestuin aan. Zo helpen ze meebouwen aan een schoolomgeving waar kinderen zich thuis voelen!  

 

5. Bronnen

  • www.kieskleurtegenpesten.be

  • www.klasse.be

  • persbericht ‘Samen tegen pesten: wie doet mee? GO!ouders, KOOGO en VCOV

  • Resultaten bevraging pesten, GO! ouders, KOOGO en VCOV

  • Affiche Kies Kleur Tegen Pesten

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now